
Wie bewaakt de bewakers?“Wie bewaakt de bewakers?” (Latijn: quis custodiet ipsos custodes?) is een bekende vraag van de Romeinse dichter Juvenalis (60-140 na christus). Het is een vraag die ook in ons vakgebied steeds relevanter wordt: wie houdt er toezicht op de toezichthouders?Na het lezen van een column van een HSE collega op mijn locatie, HVK Elmar Straasheijm, bleef deze vraag bij mij hangen. Zeker als je kijkt naar de huidige instroom in het vak van veiligheidskunde. De groep professionals die via een versnelde of horizontale route instroomt als MVK’er, HVK’er of IVK’er groeit. Dat is enerzijds positief – het vak blijft zich ontwikkelen en verjongen – maar het roept ook de vraag op hoe het gesteld is met de praktische ervaring en vak volwassenheid.In de praktijk zie ik dat de balans tussen theorie en praktijk soms zoek is. Mensen zijn inhoudelijk sterk opgeleid, hebben examens afgelegd en scripties succesvol verdedigd, en mogen zich terecht veiligheidskundige noemen. Tegelijkertijd blijkt op de werkvloer dat die kennis niet altijd direct toepasbaar is. Het herkennen van installaties, systemen of werkpraktijken vraagt nu eenmaal om ervaring. Daar zit, wat mij betreft, ook een aandachtspunt voor ons vakgebied.Van opleiding naar vakbekwaamheidDe huidige opleidingsstructuur levert gekwalificeerde professionals af. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar de vraag is: wanneer ben je daadwerkelijk vakbekwaam? In een omgeving waarin je regelmatig spreekt met specialisten die hun vak tot in detail beheersen, is het essentieel dat je als veiligheidskundige stevig in je schoenen staat – niet alleen theoretisch, maar juist ook praktisch. Daarom zou een meer integrale opleidingsroute te overwegen zijn, waarin:• de lijn van BVK naar MVK naar HVK duidelijker wordt doorlopen, een soort meerjaren (opleidings)plan• waar tussen de opleidingsstappen voldoende praktijkervaring wordt opgedaan• en leren en werken structureel met elkaar verbonden zijnEen dergelijke opbouw zou kunnen bijdragen aan een stevig(er) fundament. Niet alleen in kennis, maar ook in herkenning, inzicht en gezag/respect op de werkvloer.Permanente ontwikkeling als normEen tweede aspect is het borgen van deskundigheid op de langere termijn. In andere vakgebieden is periodieke bij- en nascholing de norm. Ook binnen de veiligheidskunde bestaan hier al vormen van, maar de invulling en zichtbaarheid verschillen.De vraag is dan ook of we als beroepsgroep niet toe moeten naar:• een duidelijker en breder gedragen systeem van permanente (her)educatie• meer inzichtelijkheid in kwalificaties en registraties• een laagdrempelige manier voor opdrachtgevers om deskundigheid te verifiërenHet huidige landschap – met verschillende registers, certificeringen en instanties – is voor buitenstaanders niet altijd even transparant.Vertrouwen en controleEen recente casus in het nieuws, over iemand die zich voordeed als ambulancebroeder en zelfs plannen opstelde voor een evenement, laat zien wat er kan gebeuren als controle en verificatie tekortschieten. Los van de inhoudelijke kwaliteit van het werk, bleek de bevoegdheid onvoldoende geborgd.Hoewel dit voorbeeld buiten de veiligheidskunde ligt, raakt het wel de kern van de vraag: hoe zorg je dat deskundigheid aantoonbaar en controleerbaar is?Tot slotDe vraag “wie bewaakt de bewakers?” is geen verwijt, maar een uitnodiging tot reflectie. Ons vak draait immers om het borgen van veiligheid voor anderen. Daar hoort bij dat we ook kritisch kijken naar de manier waarop we onze eigen deskundigheid organiseren, ontwikkelen en zichtbaar maken.Misschien ligt de sleutel niet in strengere eisen alleen, maar juist in een combinatie van:• ervaring en opleiding• vertrouwen en toetsbaarheid• individuele verantwoordelijkheid en collectieve borgingWie daar het voortouw in dient te nemen, is nu een moeilijk te beantwoorden vraag. Dit rucksichtslos bij Hobeon wegleggen is niet haalbaar op korte termijn. Maar op de wat langere termijn als stip op de horizon zou het haalbaar kunnen zijn. Eventueel via een aparte commissie.Want als wij veiligheid professioneel benaderen, mogen we dat ook van onze eigen beroepsgroep verwachten.
