In de schoonmaaksector hoor ik regelmatig dat de RI&E “geregeld” is. Er is immers een branche-RI&E ingevuld, een actieplan opgesteld en daarmee lijkt de wettelijke verplichting afgevinkt. Maar is dat werkelijk zo?
Mijn ervaring is dat veel mkb-schoonmaakbedrijven hierdoor in een schijnveiligheid terechtkomen. De branche-RI&E is zonder twijfel een goed hulpmiddel. De intentie is uitstekend: bedrijven bewust maken van arbeidsrisico’s en ondersteunen bij het voldoen aan de Arbowet. Maar voor veel organisaties blijft het bij die eerste stap. Juist daar ontstaat een risico.
Een branche-RI&E is een startpunt
De branche-RI&E biedt een generiek overzicht van veel voorkomende risico’s binnen de schoonmaakbranche. Denk aan:
- fysieke belasting;
- uitglijden en vallen;
- werken met gevaarlijke stoffen;
- werkdruk;
- alleen werken;
- agressie en ongewenst gedrag.
Dat zijn belangrijke onderwerpen. Toch blijft een branche-RI&E per definitie algemeen. Geen enkel schoonmaakbedrijf werkt immers onder exact dezelfde omstandigheden.
Een gespecialiseerd gevelreinigingsbedrijf kent andere risico’s dan een dagelijks schoonmaakbedrijf in kantoren. Een organisatie die werkt op industriële locaties heeft weer andere aandachtspunten dan een bedrijf dat voornamelijk scholen schoonmaakt.
De vraag is daarom niet of de branche-RI&E goed is.
De vraag is of de branche-RI&E voldoende is.
De Arbowet vraagt meer
De Arbowet verplicht werkgevers om de risico’s binnen hun eigen organisatie in kaart te brengen en passende maatregelen te treffen.
Dat betekent dat werkgevers moeten kijken naar:
- de eigen werkzaamheden;
- de eigen locaties;
- de gebruikte arbeidsmiddelen;
- de specifieke blootstellingen;
- de eigen medewerkers en functies.
Wanneer uit de RI&E blijkt dat sprake is van bijzondere risico’s, dan moeten deze verder worden onderzocht. Dat noemen we ook wel de verdiepende RI&E.
Daar gaat het in de praktijk vaak mis.
Van RI&E naar verdieping
Onderstaande figuur laat goed zien hoe de verschillende niveaus van risico-inventarisatie met elkaar samenhangen.
De brede bedrijfs-RI&E vormt de basis. Vervolgens moeten specifieke risico’s verder worden uitgewerkt in functiegerichte RI&E’s, project-RI&E’s, taakrisicoanalyses (TRA’s), LMRA’s en aanvullende onderzoeken.
In feite ontstaat een piramide van risicobeheersing waarbij ieder niveau verder inzoomt op de werkelijkheid van het werk.
Een vakkenvuller in een supermarkt heeft andere risico’s dan een schoonmaker in een petrochemische installatie. Dat verschil moet zichtbaar worden in de RI&E.

Aanvullende RI&E’s worden vaak vergeten
Voor mkb-schoonmaakbedrijven zie ik regelmatig dat belangrijke verdiepingen ontbreken.
Gevaarlijke stoffen
Veel schoonmaakmiddelen bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Een organisatie zou daarom moeten beoordelen:
- welke producten worden gebruikt;
- welke blootstelling optreedt;
- welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn;
- of vervanging mogelijk is.
Een eenvoudige vermelding in de branche-RI&E is daarvoor meestal onvoldoende.
Fysieke belasting
Schoonmaakwerk staat bekend om repeterende handelingen, duwen, trekken, tillen en ongunstige werkhoudingen.
Een verdiepende RI&E fysieke belasting kan blootleggen:
- welke werkzaamheden de grootste belasting veroorzaken;
- welke hulpmiddelen ontbreken;
- welke functies extra risico lopen.
Biologische agentia
Werken in sanitaire ruimtes, zorgomgevingen of afvalstromen brengt risico’s met zich mee die niet altijd zichtbaar zijn.
Denk aan:
- bacteriën;
- virussen;
- schimmels;
- besmet materiaal.
Ook dit vraagt vaak om een aparte beoordeling.
Geluid
Op industriële locaties of in combinatie met bepaalde machines kan geluid een aandachtspunt zijn. Metingen en onderzoek kunnen noodzakelijk zijn om blootstelling vast te stellen.
PGS 15: een vergeten aandachtspunt
Een onderwerp dat ik in schoonmaakbedrijven nauwelijks terugzie in RI&E’s is de opslag van gevaarlijke stoffen volgens PGS 15.
Toch beschikken veel bedrijven over:
- reinigingsmiddelen;
- ontvetters;
- aerosolen;
- brandbare vloeistoffen;
- voorraadlocaties.
De vraag is dan:
- worden de stoffen correct opgeslagen?
- zijn veiligheidsbladen beschikbaar?
- zijn opvangvoorzieningen aanwezig?
- voldoet de opslagruimte aan de eisen?
Wanneer deze vragen niet worden gesteld, ontbreekt een belangrijk onderdeel van de risicobeheersing.
PAGO: meer dan een vinkje
Ook het Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) wordt nog te vaak gezien als administratieve verplichting.
Een goed PAGO sluit juist aan op de risico’s die uit de RI&E naar voren komen.
Als medewerkers worden blootgesteld aan:
- fysieke belasting;
- gevaarlijke stoffen;
- lawaai;
- biologische agentia;
dan moet het PAGO daarop worden afgestemd.
Een generiek gezondheidsformulier zegt weinig over de daadwerkelijke belasting van schoonmaakmedewerkers.
Ook de CAO stelt verwachtingen
De schoonmaakbranche kent al jaren veel aandacht voor duurzame inzetbaarheid, preventie en gezonde arbeidsomstandigheden.
Werkgevers die willen investeren in gezond en veilig werken doen er daarom verstandig aan verder te kijken dan alleen het invullen van een branche-instrument.
De praktijk vraagt om maatwerk.
Object-RI&E: de ontbrekende schakel tussen beleid en praktijk
Een onderwerp dat in veel schoonmaakbedrijven nog onvoldoende aandacht krijgt, is de object- of project-RI&E. Terwijl de bedrijfs-RI&E een algemeen beeld geeft van de risico’s binnen de organisatie, ontstaan de daadwerkelijke risico’s vaak op de locaties waar medewerkers dagelijks werkzaam zijn. Een ziekenhuis, school, kantoor, distributiecentrum of industriële locatie kent ieder zijn eigen risico’s, procedures en omstandigheden. Denk aan verkeersbewegingen, werken op hoogte, machineveiligheid, vluchtwegen, gevaarlijke stoffen, biologische agentia, werkvergunningen en samenwerking met derden. Zonder een objectgerichte RI&E blijven deze risico’s vaak buiten beeld.

Daarom hebben wij een gebruiksvriendelijke Object-RI&E App ontwikkeld waarmee leidinggevenden, rayonmanagers en projectverantwoordelijken direct op locatie risico’s kunnen inventariseren, vastleggen en opvolgen. De app maakt het mogelijk om foto’s toe te voegen, beheersmaatregelen vast te leggen, actiepunten toe te wijzen en automatisch rapportages te genereren. Hierdoor ontstaat niet alleen meer grip op veiligheid en gezondheid, maar wordt ook aantoonbaar invulling gegeven aan de zorgplicht van de werkgever. De Object-RI&E App is beschikbaar voor zowel Android als iOS en eenvoudig te downloaden via de app stores. Zo wordt de RI&E geen document dat eenmaal per paar jaar wordt ingevuld, maar een praktisch hulpmiddel waarmee risico’s continu worden beheerst en verbeterd op de werkvloer.
Wat zou een mkb-schoonmaakbedrijf moeten doen?
Mijn advies is helder:
- Gebruik de branche-RI&E als basis.
- Laat beoordelen welke verdiepende RI&E’s noodzakelijk zijn.
- Voer functiegerichte risicoanalyses uit.
- Stel taakrisicoanalyses op voor bijzondere werkzaamheden.
- Neem PGS 15 mee wanneer gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
- Koppel het PAGO aan de daadwerkelijke risico’s.
- Voer periodieke werkplekinspecties en observaties uit.
- Actualiseer de RI&E wanneer werkzaamheden veranderen.
Conclusie
De branche-RI&E is een uitstekend startpunt, maar geen eindstation. Voor veel mkb-schoonmaakbedrijven geeft het slechts een globaal beeld van de risico’s binnen de organisatie.
Wie werkelijk wil voldoen aan de geest van de Arbowet en invulling wil geven aan goed werkgeverschap, zal verder moeten kijken. Juist de verdiepende RI&E’s, taakanalyses, gezondheidskundige onderzoeken en specifieke onderwerpen zoals PGS 15 maken het verschil tussen papierveiligheid en daadwerkelijke risicobeheersing.
Veilig en gezond werken begint niet met het hebben van een RI&E.
Het begint met het begrijpen van de risico’s achter de RI&E.
Hulp nodig, klik hier voor een gratis adviesgesprek